Wetenschappers hebben in het noorden van Alaska duizenden resten ontdekt van een dinosaurussoort die regelmatig in de sneeuw leefde. 

Dat melden onderzoekers van de Universiteit van Alaska in het wetenschappelijk tijdschrift Acta Paleontologica Polonica.

De planteneters werden ongeveer acht meter lang, liepen op vier poten en verplaatsten zich in kuddes.  

De 'sneeuwdinosaurussen' graasden 70 miljoen jaar geleden in de poolcirkel en leefden daardoor waarschijnlijk maandenlang in het donker.  

Botten

De resten van de dinosaurus werden opgegraven in de Prince Creek Formation, een rotsformatie in het noorden van Alaska. De eerste dinosaurusbotten in dit gebied werden al opgegraven 1961. In totaal zijn er ruim 6.000 botten van de nieuw ontdekte dinosaurus opgegraven.

Pas nu kan op basis van deze botten met zekerheid worden gesteld dat het gaat om een unieke soort die de naam Ugrunaaluk kuukpikensis heeft gekregen.

Volgens hoofdonderzoeker Patrick Druckenmiller is de leefomgeving van het dier zeer bijzonder. "Als we aan dinosaurussen denken, hebben we vaak het idee dat ze in een soort tropisch paradijs leefden", verklaart hij in de L.A. Times. "Deze dieren leefden eerder in een arctisch paradijs."

Donker

De omstandigheden in noordelijk Alaska waren 70 miljoen jaar geleden wel iets milder dan in deze tijd. "De winters waren niet warm, maar wel warmer dan nu", aldus Druckenmiller.

De grootste uitdaging voor dinosaurussen was het overleven van de donkere dagen tussen oktober en februari. In de duisternis vonden de dieren waarschijnlijk maar weinig voedsel.

Druckenmiller vermoedt dat de reptielen op dezelfde manier overwinterden als rendieren. "Die eten zich vol in de zomer en overleven door de bladeren van coniferen te eten in de winter. Er is geen reden om aan te nemen dat de dinosaurussen niet hetzelfde deden."