Aardbevingen kunnen naschokken veroorzaken in gebieden die honderden kilometers van het epicentrum af liggen, zo blijkt uit een nieuwe studie. 

Specifieke seismische golven in de aardkorst die ontstaan bij een aardbeving kunnen breuklijnen tot in de verre omgeving instabiel maken.

Daardoor kunnen er tot op ongeveer duizend kilometer afstand van het epicentrum aardplaten uit elkaar gaan bewegen, zodat er nieuwe bevingen ontstaan.

Dat melden onderzoekers van de Universiteit van Napels in het wetenschappelijk tijdschrift Physical Review Letters.

Energie

Wetenschappers vermoedden al langer dat aardbevingen kunnen zorgen voor naschokken in gebieden die relatief ver van de rampplek af liggen. Dat gebeurde bijvoorbeeld na zware aardbevingen in Japan in 2011 en in Chili in 2014.

De Italiaanse wetenschappers besloten een computermodel te ontwikkelen om meer inzicht te krijgen in de processen die dit soort naschokken veroorzaken.

“We vroegen ons af: hoe kan een seismisch golfje met een kleine amplitude een aardbeving veroorzaken die zich duizend kilometer van het epicentrum voltrekt", aldus hoofdonderzoekster Lucilla de Arcangelis op nieuwssite New Scientist.

Toeval

Uit de simulatie blijkt dat vooral de frequentie van seismische golven een grote rol speelt bij het ontstaan van de 'verre' naschokken. Elke breuklijn is volgens hoofdonderzoekster De Arcangelis door de vorm en ligging gevoelig voor een seismische golf met een bepaalde frequentie. 

"Als er toevallig een signaal binnenkomt met deze frequentie, is er een verhoogd risico dat deze breuklijn een aardbeving zal ontketenen", verklaart ze.    

Waarschijnlijk zorgen de specifieke seismische golven voor trillingen van minieme stukjes rots in de breuklijnen. Deze vibraties verminderen de wrijving tussen de aardplaten aan weerszijden van de breuklijn en verhogen daardoor de kans dat ze uit elkaar gaan bewegen, zodat er een beving ontstaat.