Europa is verder op weg naar een eigen navigatienetwerk. Twee nieuwe satellieten voor het Galileo-project zijn in de nacht van donderdag op vrijdag gelanceerd vanuit Frans-Guyana. 

Galileo moet de Europese concurrent voor het Amerikaanse gps worden.

Galileo zal uiteindelijk bestaan uit een netwerk van dertig satellieten in een baan rond de aarde. Vrijdagavond werden satellieten negen en tien gelanceerd. Een jaar geleden mislukte een lancering, toen de sondes in een verkeerde baan om de aarde kwamen. Dat probleem is inmiddels opgelost.

Elke satelliet draagt de naam van een kind uit een Europees land. De sondes van vrijdag heten Alba (Spanje) en Oriana (Frankrijk). Op zijn vroegst in 2016 gaat de 'Nederlandse' satelliet de lucht in. Die heet Tijmen, naar een Gelders jongetje dat een tekenwedstrijd heeft gewonnen.

Alternatief

Galileo moet een alternatief worden voor het gps-netwerk van het Amerikaanse leger, dat overal wordt gebruikt. Galileo helpt straks niet alleen auto’s en schepen om van A naar B te komen. Reddingsdiensten kunnen de nauwkeurige gegevens gebruiken bij zoekacties, en legers bij aanvallen.

In de verre toekomst moeten zelfs vliegtuigen veilig op de automatische piloot kunnen landen dankzij Galileo.

Kritiek

Op project is echter veel kritiek. Het kost ruim 4 miljard euro om alle satellieten te bouwen en in een baan rond de aarde te brengen. Daarna kost de exploitatie ongeveer 800 miljoen euro per jaar. Tegenstanders vinden dat een verspilling van belastinggeld.

Nederland heeft onder meer de zonnepanelen van de satellieten gemaakt.