Wetenschappers hebben een specifiek gen ontdekt dat tot bijziendheid kan leiden bij kinderen die veel lezen. 

Dragers van de genvariant met de naam APLP2 hebben vijf keer meer kans om bijziendheid te ontwikkelen.

Dit vergrote risico op de aandoening ontstaat echter alleen als mensen in hun jeugd gemiddeld  minimaal een uur per dag lezend doorbrachten.

Dat melden Amerikaanse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift PLOS Genetics.

Afstand

Bijziendheid oftewel myopie is een aandoening waarbij mensen voorwerpen op grote afstand niet scherp kunnen zien, maar van dichtbij juist wel. In de laatste vijftig jaar is het aantal gevallen van bijziendheid sterk gestegen. Wetenschappers vermoeden daarom al langer dat het gebruik van de ogen op korte afstand (bij lezen en werk achter de computer) tot myopie kan leiden. 

De onderzoekers van de Universiteit van Columbia analyseerden gegevens over het zicht, de genen en de jeugd  van 14.000 mensen. Ze vonden een sterk verband tussen het gen APLP2 en bijziendheid, maar alleen bij mensen die op vragenlijsten hadden ingevuld dat ze in hun jeugd veel boeken hadden gelezen.

Eiwit

De onderzoekers denken dat het gen zorgt voor een verhoogde aanmaak van een specifiek eiwit dat in de ogen voorkomt. Als mensen hun ogen veel op korte afstand gebruiken, zou dit eiwit kunnen zorgen voor een verkeerde afstelling van het optische systeem.  

Volgens hoofdonderzoeker Andrei Tkatchenko suggereert het onderzoek dat de kans op bijziendheid kleiner wordt als kinderen niet te veel achter de computer of met hun neus in de boeken zitten. 

"We kennen nu ongeveer alle risicofactoren: tijd die kinderen lezend doorbrengen vergroot het risico, terwijl buiten spelen het risico juist verkleint", verklaart hij op nieuwssite ScienceDaily.