Sommige vrouwelijke rivierkreeften kunnen zichzelf klonen en zijn daardoor uitgegroeid tot een aparte soort, zo blijkt uit een nieuwe studie.

De zichzelf klonende vrouwtjes verschillen zo sterk van de 'gewone' rivierkreeften dat hun eitjes niet langer kunnen worden bevrucht door mannetjes.

Ook zijn gekloonde rivierkreeften opvallend groot en zetten ze relatief veel nakomelingen op de wereld.

Dat melden Duitse onderzoekers van de Ruprechts-Karls Universiteit in Heidelberg in een nieuwe studie.

Mutatie

Al in 1995 ontdekten Duitse aquariumhouders dat sommige van hun vrouwelijke rivierkreeften door een genetische mutatie in staat waren om zichzelf zonder tussenkomst van mannetjes voort te planten. De nakomelingen van de dieren zijn in feite een genetische kopie van hun moeder.

Deze bijzondere manier van jongen verwekken wordt ook wel parthenogenese genoemd, oftewel maagdelijke voortplanting.

De speciale rivierkreeften zijn erg populair bij dierenhandelaars. Maar sommige exemplaren zijn ook in het wild terechtgekomen in Noord-Amerika en Madagascar. Daar worden de gewone rivierkreeften snel verdrongen door de zichzelf klonende vrouwtjes, omdat deze dieren veel meer nakomelingen baren.  

Bevruchten

Duitse onderzoekers hebben nu met experimenten in hun laboratorium aangetoond dat het vrijwel onmogelijk is om eitjes van de 'kloonvrouwtjes' nog te laten bevruchten door mannetjes, zo meldt nieuwssite Science Now.

Genetisch gezien verschillen de gekloonde dieren ook behoorlijk van de wilde rivierkreeften die op natuurlijke wijze zijn geboren. De wetenschappers denken daarmee genoeg bewijs te hebben verzameld om te stellen dat er een nieuwe soort van rivierkreeften is ontstaan.

Hoofdonderzoeker Günter Vogt stelt daarom voor om de dieren die zichzelf kunnen klonen een eigen soortnaam te geven: Procambarus virginalis, oftewel maagdelijke rivierkreeft.