Mieren hebben het vermogen om bij zware sjouwtaken collectieve tilkracht te combineren met het initiatiefnemen van een individuele mier.

Dat is de conclusie van een studie van het Weizmann Instituut voor Wetenschap in Israël, die wordt gepubliceerd in het julinummer van Nature Communications.

Tien tot twintig mieren die samenwerken om een zwaar object (bijvoorbeeld een groot insect) te vervoeren, blijken hun koers te kunnen bijstellen op basis van de informatie die één enkele mier geeft.

Deze 'gidsmier' stelt vast dat de groep niet op koers ligt of zich richting problemen beweegt en seint een koerswijziging door vanuit een andere hoek aan de 'lading' te trekken.

De andere mieren passen zich dan meteen aan die wijziging aan, stellen de onderzoekers.

Verse informatie

"De individuele mier heeft een idee over hoe een obstakel kan worden overwonnen, maar heeft niet de spierkracht om de lading te verplaatsen", zegt hoofdonderzoeker Ofer Feinerman. "De groep bestaat om de kracht van de leider uit te breiden, om diens idee ten uitvoer te brengen."

Verrassend is dat de gidsmier die rol meteen neerlegt zodra er een nieuwe mier arriveert met meer recente informatie.

"Voor zover we weten verschilt de gidsmier niet van de andere mieren", zegt Feinerman. "Niemand wijst de leider aan. Die wijst zichzelf aan, omdat ze verse informatie heeft over de juiste richting."

Daarnaast werd ontdekt dat er ongeveer vijftien mieren nodig zijn om de maximaal mogelijke snelheid te bereiken bij sjouwtaken.