'Grote sterfte tijdens Zwarte Dood niet alleen te wijten aan pest'

Het hoge sterftecijfer tijdens de uitbraken van de builenpest in de veertiende eeuw was mogelijk meer te wijten aan de slechte algehele volksgezondheid dan aan de kracht van de pestbacterie.

Dat is de conclusie van een studie die wordt gepubliceerd in het julinummer van de American Journal of Anthropology, schrijft New Scientist.

De Zwarte Dood, zoals de veertiende-eeuwse epidemie ook wordt genoemd, leidde tot de dood van ongeveer zestig procent van de bevolking van Europa. Latere pestepidemieën waren een stuk minder dodelijk.

"Er is een enorm verschil in sterftecijfers", zegt onderzoekster Sharon DeWitte van de universiteit van South Carolina. Dit is verrassend omdat pestuitbraken in de veertiende en de twintigste eeuw werden veroorzaakt door dezelfde bacterie, Yersinia pestis, die een vergelijkbare genetische samenstelling had bij elke uitbraak.

Volksgezondheid

Volgens DeWitte was het hoge sterftecijfer tijdens de epidemie in de veertiende eeuw mogelijk te wijten aan een verslechtering van de volksgezondheid in het algemeen. Ze onderzocht botten in Londense begraafplaatsen uit de elfde, twaalfde en dertiende eeuw en ontdekte dat het kerkhof uit de dertiende eeuw meer volwassenen onder de vijfendertig bevat.

Deze vondst wekt de suggestie dat de bevolking al op jongere leeftijd stierf voor de komst van de Zwarte Dood, waarschijnlijk door hongersnoden en een toename van andere ziekten.

"Als je dit combineert met historische bronnen, wordt het beeld geschetst dat het niet zo goed ging met de bevolking", zegt DeWitte.

Die conclusie is echter niet onomstreden bij andere historici. "De rijken stierven ook in grote aantallen tijdens de eerste uitbraak van de Zwarte Dood", zegt Samuel Cohn van de universiteit van Glasgow, die verder opmerkt dat het onwaarschijnlijk is dat zij kampten met een slechte algehele gezondheid.

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 6.00 uur weten wat het nieuws wordt?

NUwerk

Tip de redactie