De gemiddelde levensverwachting van vrouwen is pas aan het einde van de negentiende eeuw sterk gestegen ten opzichte van die van mannen, zo blijkt uit een nieuwe studie. 

De sterftecijfers van vrouwen daalden na 1880 maar liefst zeventig procent sneller dan dezelfde cijfers bij mannen. 

Aan het einde van de negentiende eeuw was de sterftekans tussen het 50e en 70e levensjaar voor mannen daardoor 1,5 keer zo hoog als bij vrouwen, terwijl er aan het begin van die eeuw nog vrijwel geen verschil was.  

Dat melden Amerikaanse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences.

Voeding

De wetenschappers kwamen tot hun bevindingen door gegevens over bevolkingsopbouw en sterftecijfers tussen 1800 en 1935 te analyseren in dertien landen uit de eerste wereld.

De gemiddelde leeftijd bleek aan het einde van de negentiende eeuw sterk te stijgen, tegelijkertijd met de uitvinding van medicijnen tegen infectieziektes en in een tijd dat er steeds meer op voeding werd gelet.

Bij mannen daalden de sterftecijfers echter een stuk minder hard dan bij vrouwen. Volgens de wetenschappers kan veertig procent van dat verschil worden verklaard aan de hand van het grote aantal sterfgevallen door hart- en vaatziektes onder mannen.

Roken

Maar ook roken is een belangrijke factor. Mannen overleden in de afgelopen eeuw gemiddeld veel vaker aan longkanker en andere door roken veroorzaakte ziektes dan vrouwen.

De mannelijke neiging tot roken kan ongeveer dertig procent van de hoge mannelijke sterftecijfers aan het einde van de negentiende eeuw verklaren.

Wereldwijd

De laatste jaren is de levensverwachting bij mannen sterk gestegen. Maar nog altijd worden vrouwen wereldwijd gemiddeld drie tot vijf jaar ouder dan mannen. 

Volgens onderzoeker Caleb Finch is meer onderzoek nodig om alle oorzaken van het verschil in levensverwachting te achterhalen. "We zouden bijvoorbeeld nog genetische verschillen kunnen onderzoeken", verklaart hij op nieuwssite ScienceDaily. "Maar ook de biologische kwetsbaarheid van mannen en vrouwen op celniveau moet in de toekomst worden vergeleken."