Een kamelenskelet uit de zeventiende eeuw is opgegraven in een Oostenrijkse kelder. Het dier is waarschijnlijk door het Ottomaanse leger gebruikt als vervoersmiddel.

Dat meldt de BBC donderdag.

Het dier is volgens onderzoekers achtergelaten of verhandeld in Tulln na de Ottomaanse belegering van Wenen in 1683.

Na dna-analyse is duidelijk geworden dat het om een Bactrische kameel gaat, die erg populair was in het Ottomaanse leger. Het is voor het eerst dat onderzoekers een compleet skelet van een kameel vinden in Midden-Europa.

Aan de botten valt af te lezen dat het dier hoogstwaarschijnlijk gereden werd en een harnas droeg.