Archeologen hebben in Myanmar het oudste fossiel van een insect met larven opgegraven. 

Het gaat om een snavelinsect dat ongeveer 100 miljoen jaar geleden tussen de dinosauriërs leefde.

Het diertje dat is gefossiliseerd in barnsteen, droeg vlak voor haar dood zeker zestig eitjes op haar rug, waarvan er al enkele waren uitgekomen.

Dat meldt een internationaal team van onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift eLife.

Boomhars

Het stuk barnsteen met de insect en haar jongen werd gevonden in het noorden van Myanmar, het voormalige Birma.

Waarschijnlijk is het diertje in de prehistorie bedolven geraakt onder boomhars die naar beneden droop tijdens een grote bosbrand. Deze hars versteende uiteindelijk en vormde een soort tijdscapsule.

Het gebeurt bijna nooit dat fossielen van insecten met larven worden aangetroffen, omdat vrouwtjes zich tijdens de broedtijd nauwelijks verplaatsen.  

Bewijs

De insecten hebben daardoor minder kans om tijdens de broedtijd gevangen te raken onder smeltend boomhars.

"Hoewel analyses uitwijzen dat de eerste insecten ook al eieren uitbroedden, is dit het eerste directe bewijs", verklaart hoofdonderzoeker Bo Wang op nieuwssite EurekAlert.