Neanderthalers gebruikten de klauwen van zeearenden waarschijnlijk als sieraden, zo blijkt uit nieuw onderzoek. 

Op 130.000 jaar oude klauwen van de roofvogels zijn snijsporen en slijtpatronen en ontdekt die suggereren dat Neanderthalers deze lichaamsdelen op hun lichaam droegen.

Vermoedelijk maakten de oermensen kettingen of hangers van de vogelresten.

Dat melden archeologen in het wetenschappelijk tijdschrift PLOS One.

Trillen

De resten van de acht onderzochte klauwen werden rond 1900 al opgegraven in een grot in Kroatië, waar ook resten van Neanderthalers zijn gevonden. 

Pas recentelijk ontdekte de Amerikaanse archeoloog David Frayer de sporen die wijzen op het gebruik als persoonlijke versiering. "Ik trilde helemaal toen ik de sporen zag", aldus Frayer op Nature News. "Ik wist meteen dat ze belangrijk waren."

Sier

De klauwen zijn afkomstig van tenminste drie verschillende zeearenden. De snijsporen suggereren dat de lichaamsdelen doelbewust werden afgesneden.

De inkepingen die ontstonden bij het afsnijden van de klauwen lijken te zijn gepolijst. Ook dat wijst erop dat Neanderthalers de vogelresten manipuleerden om ze later voor de sier te dragen.

Vangen

Het is nog onduidelijk hoe Neanderthalers de vogels vingen. Zeearenden behoren tot de grootste levende roofvogels in Europa. De spanwijdte van hun vleugels bedraagt ongeveer twee meter. 

"Het zijn zeer krachtige vogels", aldus Frayer. "Er is veel moed voor nodig om zelfs maar één van deze dieren te vangen."