Blauwvintonijnen komen in de diepzee vaak plotseling in kouder water terecht. Toch krijgen ze geen hartstilstand. Dat hebben ze te danken aan een wijziging in de elektrische activiteit van hun hart.

Die bevinding presenteren Britse en Amerikaanse biologen in het maartnummer van Proceedings of the Royal Society B.

Blauwvintonijnen kunnen soms met grote snelheid de diepzee induiken. Ze worden daarbij geconfonteerd met grote temperatuurwisselingen, tussen 28 en 8 graden Celsius.

Omdat hun hart bloed krijgt dat direct afkomstig is van de kieuwen, heeft dat vrijwel dezelfde temperatuur als het omringende water. Bij andere dieren zou dat direct leiden tot een hartstilstand, doordat de elektrische processen verstoord raken.

Meetapparatuur

Om erachter te komen hoe de tonijnen dit voorkomen, rustten de onderzoekers een aantal vissen uit met meetapparatuur. Ze registreerden de diepte waarop de vissen zich bevonden, hun lichaamstemperatuur en de zeewatertemperatuur. Vervolgens stelden ze tonijnenhartcellen in het lab bloot aan deze condities.

De hartslag van de tonijnen blijkt bij lagere temperatuur af te nemen, en bij hogere temperatuur weer op te lopen. In combinatie met het vrijkomende stresshormoon adrenaline, doet dit de hartcellen bij een dalende temperatuur hun elektische activiteit aanpassen, zodat er voldoende calcium-ionen kunnen blijven rondstromen om het hart aan de gang te houden. Deze ionen brengen de elektrische signalen over.

Tonijnen zijn niet de enige vissen die zonder hartklachten grote temperatuursverschillen doorstaan. Het is nog niet bekend of zij gebruikmaken van een vergelijkbaar mechanisme.