De meteorietinslag die zorgde voor het uitsterven van dinosauriërs, veroorzaakte waarschijnlijk geen grote bosbranden. 

De hitte die 65 miljoen jaar geleden vrijkwam bij de inslag van deze meteoriet was niet intens genoeg om levende planten in brand te laten vliegen.

Dat melden Britse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Journal of the Geological Society.

Tot nu toe werd aangenomen dat wereldwijde bosbranden na de meteorietinslag voor een massa-uitsterving zorgden, waarbij onder meer de dinosauriërs uitstierven. 

Simulatie

Met een computersimulatie bootsten onderzoekers van de Universiteit van Exeter de meteorietinslag na waarbij de dinosauriërs vermoedelijk omkwamen. De meteoriet heeft  een 200 kilometer brede krater achtergelaten in het Mexicaanse schiereiland Yucatan.

Met de software berekenden de wetenschappers hoe veel warmte er bij de inslag vrijkwam. Het resultaat was verrassend.

In de omgeving van de krater werd waarschijnlijk een korte, intense hitte opgewekt die net niet voldoende was om levende planten vlam te laten vatten, zo blijkt uit de simulatie.

De dinosauriërs die in Noord-Amerika leefden zijn dus waarschijnlijk niet door wijd verspreide bosbranden uitgeroeid, maar mogelijk door andere gevolgen van de meteorietinslag.

Nieuw-Zeeland

Gek genoeg ontstonden er verder weg van de inslagplek mogelijk wel branden. Daar bleef de hitte van de meteoriet langer hangen.

Uit de berekeningen van de wetenschappers blijkt dat de grond in Nieuw-Zeeland op sommige plaatsen zeven minuten lang werd verhit na de meteorietinslag.

"Het onderzoek laat zien dat de hitte van de inslag vooral invloed had op ecosystemen die zich op grote afstand bevonden", verklaart onderzoekster Claire Belcher op nieuwssite ScienceDaily. "Bossen in Nieuw-Zeeland waren daardoor meer vatbaar voor grote bosbranden dan de bossen in Noord-Amerika die vlakbij de krater lagen."