De eerste honden arriveerden waarschijnlijk later in Noord-Amerika dan de eerste mensen.

De genetische variatie die is aangetroffen in de opgegraven botresten van 84 honden in Noord-Amerika, suggereert dat hun gemeenschappelijke voorouders ongeveer 10.000 jaar geleden arriveerden.

Dat melden onderzoekers van de Universiteit van Illinois in het wetenschappelijk tijdschrift Journal of Human Evolution.

De eerste mensen bereikten het continent ongeveer 13.000 jaar geleden via een landbrug vanuit Siberië.

Nederzettingen

De wetenschappers onderzochten botten van honden die zijn gevonden bij opgravingen van oude nederzettingen in Colorado en British Columbia. Deze gebieden werden 1.000 tot 1400 jaar geleden bewoond door Indianen.    

Uit de analyse van het DNA blijkt dat sommige populaties van de honden nog vrijuit konden paren met elkaar. Ook verwekten de dieren soms jongen met wolven.

De meest opvallende conclusie uit het genetisch onderzoek is dat de viervoeters pas relatief laat arriveerden in Noord-Amerika. "De genetische diversiteit gaat maar ongeveer 10.000 jaar terug", verklaart hoofonderzoeker Ripan Mahli op nieuwssite ScienceDaily.

"De oudste begraafplaatsen van honden dateren ook van deze tijd. Mogelijk is dit geen toeval."     

Mitochondriaal

Als de bevindingen kloppen, betekent het dat de eerste honden niet werden getemd door de oorspronkelijke bevolking van de Noord-Amerika, maar werden meegenomen door volken uit Azië.

Toch houdt Mahli een slag om de arm. Bij zijn studie werd alleen een specifiek deel van het DNA van honden geanalyseerd: mitochondiaal DNA dat wordt doorgegeven via de moeder.

Om een definitieve conclusie te trekken over het tijdstip waarop de eerste honden in Noord-Amerika arriveerden is een uitgebreidere analyse nodig.