Genen van de vinnen van een primitieve zoetwatervis komen overeen met die van zoogdieren. 

Dat schrijven Amerikaanse paleontologen van de Universiteit van Chicago deze week in PNAS.

Fossielen wijzen erop dat landdieren geëvolueerd zijn uit visachtigen die miljoenen jaren geleden uit zee het land beklommen.

Wetenschappers konden tot dusver geen enkel genetisch verband vinden tussen de ontwikkeling van de pols en de kootjes van dieren aan de ene kant en die van vinnen van de huidige vissen aan de andere kant. Nu blijkt dat onderzoekers naar de verkeerde vissen hebben gekeken in voorgaande onderzoeken. 

Beenvissen

Alle vissen die wij eten, houden en onderzoeken zijn zogenaamde beenvissen. Een verre voorouder van alle beenvissen heeft een totale dubbeling van zijn genetische informatie opgelopen.

Zo’n duplicatie geeft enorme evolutionaire mogelijkheden, waardoor alle genetische overeenkomsten met eerdere voorouders uitgewist kunnen worden. De huidige beenvissen verschillen door de dubbeling dusdanig van dieren op het land, dat het genetische verband tussen pols en kootjes en vinnen niet meer te vinden is.

Primitieve vis

De paleontologen vonden in Amerikaanse rivieren en meren echter een vis die zo primitief is dat deze evolutionair al afgescheiden was voordat de beenvisvoorouder de duplicatie opliep.

Recentelijk is van deze Lepisosteus oculatus – die geen Nederlandse naam heeft – de totale DNA-volgorde bepaald, en wat blijkt: in dit beestje zijn wél overeenkomsten met polsen en kootjes te vinden.

Met deze vondst is er weer extra bewijs voor de evolutionaire stap tussen zee- en landdieren bijgekomen.