De populaties van grote roofdieren, de beer, lynx, wolf en een marterachtige, zijn bijna allemaal stabiel of groeiend in Europa.

Dat stelt een internationaal onderzoeksteam op basis van een uitgebreide inventarisatie. Ze beschrijven hun onderzoek in wetenschapsblad Science van 19 december.

Het grootste deel van de dieren leeft buiten speciale nationale parken of beschermde natuurgebieden. De ecologen concluderen dat mensen en grote wilde carnivoren blijkbaar een manier hebben gevonden om samen te leven in het dichtbevolkte Europa.  

Op een derde deel van de oppervlakte van het Europese continent komt ten minste één van de vier dieren voor. Alleen in Nederland, België, Luxemburg, Groot Brittannië, Ierland en Denemarken leven geen grote roofdieren. Scandinavië lijkt de meest ideale plaats voor de dieren van Europa. De enige plek waar alle vier de grote carnivoren voorkomen.

De bruine beer is het meest succesvol, met zo'n 17.000 exemplaren, gevolgd door ruim 12.000 wolven, 9.000 lynxen en 1.250 exemplaren van de veelvraat, een grote martersoort.

Mentaliteit

De meeste populaties zijn groeiend of stabiel in vergelijking met zo'n vier decennia geleden. De ecologen denken dat een veranderende mentaliteit ten opzichte van wilde roofdieren de voornaamste oorzaak is van die toename.

De meeste mensen zien de carnivoren niet meer als bedreiging voor vee of mens, of iets waar op gejaagd mag worden, maar meer als kwetsbare dieren die bescherming verdienen.

Ook de menselijke trek naar stedelijk gebied pakt gunstig uit voor wilde dieren in het achtergelaten, dunbevolkte platteland. Tenslotte noemen de ecologen internationale wetgeving als verklaring voor de groei. Die wetgeving zorgt ervoor dat de dieren in hun hele, vaak uitgestrekte, leefgebied beschermd zijn.