Sidderalen zijn in staat om hun prooien op afstand te besturen met de stroomstoten die ze kunnen opwekken. Dat blijkt uit nieuw onderzoek.

De alen kunnen met hun stroomschokken het zenuwstelsel van vissen op meters afstand lamleggen of juist activeren.

Op die manier kunnen ze de vissen bevriezen, of er juist voor zorgen dat de prooien zich bewegen en hun schuilplaats verraden.

Dat melden Amerikaanse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Science.

Aquarium

Het was al langer bekend dat de sidderalen hun prooien kunnen uitschakelen met elektrische stroomstoten tot 750 volt, die worden opgewekt door speciale cellen in hun lichaam.

Hoe de dieren de stroomschokken precies gebruiken bij de jacht, was nog nooit onderzocht.  

Onderzoekers van de Vanderbilt University in Nashville voerden daarom enkele experimenten uit met sidderalen die in een aquarium op vissen jaagden.

Bevriezen

Uit het onderzoek blijkt dat sidderalen de spieren van hun prooien kunnen ‘bevriezen’ met hun stroomstoten. De vissen komen dan stil in het water te liggen, zodat de alen ze gemakkelijk kunnen vangen.

Toen de wetenschappers de communicatie tussen de zenuwen en de spieren van de vissen blokkeerden met een speciaal middel, 'bevroren' de vissen echter niet.

Dat suggereert dat de sidderalen geen specifieke spieren lamleggen met hun stroomstoten, maar invloed uitoefenen op hersencellen die het zenuwstelsel aansturen. Kortom: de dieren hacken het zenuwstelsel van hun prooien tijdelijk.  

Zoeken

Alen gebruiken hun stroomstoten ook om naar prooien te zoeken. De dieren hebben slechte ogen en kunnen hun omgeving niet goed waarnemen.

Als een prooi zich tijdens het experiment stil hield in een hoekje van het aquarium, verstuurden de alen meerdere kortdurende stroomstootjes.

Als de vissen werden geraakt door zo’n schokje, trokken hun spieren samen en bewogen ze, of ze het nu wilden of niet. Daardoor verraadden ze hun locatie en werden ze alsnog opgegeten door de alen.   

"Elke stroompuls die een aal uitzond, veroorzaakte een samentrekking in de spieren bij de vissen", verklaart hoofonderzoeker Kenneth Catania op de nieuwssite van Science. "Het was echt alsof de prooien op afstand werden bestuurd."