De Homo erectus op Java gebruikte al een half miljoen jaar geleden schelpen als werktuigen en als ondergrond voor graveringen.

Dat stellen onderzoekers van de Universiteit van Leiden in het blad Nature dat woensdag verscheen.

"Tot nu toe werd aangenomen dat het maken van dit soort graveringen voorbehouden was aan de moderne mens (Homo sapiens) in Afrika, vanaf zo'n 100.000 jaar geleden", aldus José Joordens van de Facultait Archeologie.

Uit nieuw onderzoek blijkt dat de Homo erectus op Java 430.000 tot 540.000 jaar geleden al graveringen maakte.

De onderzoekers bekeken honderden fossiele schelpen die afkomstig zijn van de plaats Trinil op Java. De schelpen behoren tot de collectie van de Limburgse arts en onderzoeker Eugène Dubois.

Goede kennis

Volgens de deskundigen zijn de zigzag-patronen op de schelpen niet ontstaan door het verweringsproces. Ook zijn ze niet gemaakt door dieren. Het is niet bekend wat de functie of de betekenis was van de inkepingen.

Uit onderzoek blijkt verder dat de vroege mensachtigen de schelpen van zoetwatermosselen heel slim open maakten door er een gat in te boren met een haaientand. Ze boorden precies op de aanhechtingsplaats van de spier die de schelpkleppen gesloten houdt.

Deskundigen maken hieruit op dat de vroege mensachtigen een goede kennis hadden van de anatomie van schelpdieren. Van de schelpen werden werktuigen gemaakt.