Nieuw onderzoek naar homoseksuele broers biedt sterke aanwijzingen dat erfelijkheid een rol speelt in homoseksualiteit bij mannen.

Maar sluitend bewijs is er niet, schrijven gedragsgenetici in een onderzoeksrapport dat maandag verscheen in Psychology Medicine.

Volgens de schrijvers hebben zij extra indicaties gevonden dat genen op het x-chromosoom een rol spelen bij de geaardheid. Ook wijzen ze naar genen op het achtste chromosoom. Maar om welke genen het precies gaat hebben ze niet kunnen vaststellen.

De bevindingen 'vormen geen bewijs, maar wel een behoorlijk goede aanwijzing' dat de genen op de twee chromosomen invloed hebben op de geaardheid van de eigenaar, zegt Alan Sanders van het Health System Research Institute van de North Shore-universiteit van Evanston, die het onderzoeksteam leidde. Maar veel vakgenoten tonen zich niet overtuigd.

Volgens geneticus Neil Risch zijn de statistische verbanden te zwak om tot een genetische correlatie te concluderen. Risch is een van de auteurs van een eerdere kleine studie, die geen verband vond tussen het x-chromosoom en homoseksualiteit bij mannen.

Dieren

Sanders en zijn collega's wijzen er in hun rapport op dat eerdere onderzoeken bij dieren al suggereerden dat genen op een bepaald deel van het x-chromosoom vaak gepaard gaan met bijzonder seksueel gedrag. Een soortgelijk deel van het menselijk x-chromosoom is nu in beeld als factor in de geaardheid van mannen.

Het onderzoek is uitgevoerd op achthonderd homoseksuele broers. Uit hun bloed en speeksel zijn dna-monsters genomen, die vervolgens tegen het licht zijn gehouden.

Het is nog altijd onduidelijk wat mensen homo- dan wel heteroseksueel maakt. Wetenschappers verklaren de verschillen in geaardheid uit maatschappelijke, culturele, biologische en verwantschapsfactoren.

Volgens sommige religieuze groepen is homoseksualiteit een keuze en komt die voort uit verdorvenheid of misleiding. Het debat over de oorzaken van homoseksualiteit is daarom in veel landen nog erg beladen.