Wetenschappers hebben in Alaska de resten ontdekt van twee menselijke baby's uit de ijstijd. Het gaat om een kind van twee weken en een baby die al in de baarmoeder stierf, waarschijnlijk 11.500 jaar geleden.

Dat melden Amerikaanse archeologen in het wetenschappelijk tijdschrift PNAS.

In het graf zijn ook enkele voorwerpen aangetroffen die mogelijk als offer dienden: stenen met scherpe punten en versierde geweien van herten.

De kinderlijkjes zijn opgegraven op een plek nabij de Tanana-rivier in Alaska waar in 2010 al de gecremeerde resten van een driejarig kind werden gevonden uit dezelfde tijd.

Tussen de dood van het gecremeerde kind en de twee baby's zat waarschijnlijk weinig tijd, misschien slechts één seizoen. Uit koolstofdatering blijkt namelijk dat de botten uit dezelfde periode komen.  

Waarschijnlijk zijn de lijkjes achtergelaten door een groep mensen die niet lang op één plek verbleven en vooral van de jacht leefden.

Rituelen

De vondst van de graven is volgens de wetenschappers erg belangrijk om meer inzicht te krijgen in de levens van de eerste bewoners van Noord-Amerika.

Deze volkeren hebben geen geschreven bronnen achtergelaten. Hun graven bieden daarom een uniek inkijkje in hun cultuur.  

"De twee begrafenissen en de crematie laten zien dat de eerste bewoners van Noord-Amerika complexe rituelen uitvoerden wanneer iemand stierf", verklaart hoofdonderzoeker Ben Potter op de nieuwssite van de Universiteit van Alaska Fairbanks. "De aanwezigheid van steenpunten toont aan hoe belangrijk de jacht was voor het volk."