Een specifieke manier om stenen gereedschap te maken ontstond waarschijnlijk vrijwel gelijktijdig bij de vroege mens in Afrika en in Eurazië.

Archeologen van verschillende universiteiten uit Europa en Amerika schrijven dat deze week in het tijdschrift Science.

De studie gaat daarmee in tegen de leidende theorie dat deze zogeheten Levalloistechniek een resultaat was van de exodus van de vroege mens uit Afrika.

Met de Levalloistechniek worden werktuigen gemaakt door eerst een grotere steen te bewerken, waarna de dunne en zeer scherpe afslagen, of splinters, van deze steen goed bruikbaar zijn als snijvoorwerpen, zoals messen.

De in Armenië gevonden gereedschappen zijn tussen de 325.000 en 335.000 jaar oud. De vindplaats is nabij het plaatsje Nor Geghi.

Door de leeftijd van de site in Armenië beter te bepalen konden de onderzoekers ook de duizenden gevonden uit steen vervaardigde werktuigen beter dateren. De verbeterde datering kon gedaan worden door analyse van twee nabijgelegen oude lavastromen.

Vuistbijl

Naast de relatief vooruitstrevende voorwerpen die met de Levalloistechniek gemaakt werden, vonden de archeologen ook veel vuistbijlen en vergelijkbare voorwerpen die gemaakt werden met de bifaciale techniek. Deze techniek is minstens een miljoen jaar ouder.

Vuistbijlen werden vaak van vuursteen gemaakt en zijn meestal aan twee kanten op eenzelfde manier afgeplat. Hier komt ook de eigenlijk Franse term 'bifaciaal' vandaan, maar bifaciaal kan slaan op meerdere voorwerpen en niet alleen vuistbijlen.

De vervanging van vuistbijlen en andere bifaciale voorwerpen door voorwerpen gemaakt met de Levalloistechniek wordt beschouwd als een van de belangrijkste veranderingen in het productieproces van stenen voorwerpen sinds de komst van de bifaciale techniek.