Aardbevingen zijn mogelijk te voorspellen aan de hand van chemische veranderingen in grondwater. Dat blijkt uit nieuw wetenschappelijk onderzoek in IJsland. 

Vlak voor twee aardbevingen in IJsland met een kracht van 5 op de schaal van Richter veranderde de chemische samenstelling van het grondwater in het getroffen gebied significant.

Uit een statistische analyse blijkt dat deze veranderingen waarschijnlijk samenhingen met de bevingen.

Dat melden onderzoekers van de Universiteit van Stockholm in het wetenschappelijk tijdschrift Nature Geosciences.

Metingen

Bij hun onderzoek verrichten de wetenschappers vijf jaar lang wekelijks metingen van het grondwater in het noorden van IJsland, een gebied waar regelmatig aardbevingen voorkomen.

De onderzoekers detecteerden twee keer grote veranderingen in de chemische samenstelling, ongeveer vijf tot zes maanden voordat er een aardbeving plaatsvond op een afstand van nog geen vijftig kilometer van de metingsplek.

De kans dat de veranderingen in het grondwater toevallig optraden, is volgens hoofdonderzoeker Alasdair Skelton kleiner dan één op honderdduizend.  

Doelwit

De nieuwe bevindingen zijn volgens de onderzoekers hoopgevend. Maar de kans dat er op korte termijn een techniek wordt ontwikkeld om aardbevingen te voorspellen, blijft klein. 

"Dit betekent zeker niet dat we aardbevingen al kunnen voorspellen, maar wel dat er iets opmerkelijks gebeurt voordat aardbevingen plaatsvinden", aldus hoofdonderzoeker Alasdair Skelton in de Britse krant The Guardian.

"We zien de samenstelling van grondwater als een belangrijk doelwit bij het onderzoek naar het voorspellen van aardbevingen."

Bronwater

Uit een eerdere studie is gebleken dat er ook chemische veranderingen optraden in het grondwater in de Japanse plaats Kobe vlak voordat daar in 1995 een grote aardbeving plaatsvond waarbij 6.400 mensen om het leven kwamen.

Wetenschappers detecteerden deze veranderingen in bronwater uit het gebied dat vlak voor de ramp was gebotteld.