Paleontologen in de Verenigde Staten ontdekten ongeveer 75 miljoen jaar oude fossiele resten van een dinosaurus met een enorme neus; de Rhinorex condrupus.

De details van het al in de jaren negentig opgegraven fossiel staan deze week beschreven in het Journal of Systematic Palaeontology.

De Rhinorex, grofweg te vertalen als 'neuskoning', was een planteneter en leefde in de laatste periode van het Krijt. Het dier valt onder de hadrosauriërs, een groep dinosauriërs met een snavelachtige bek.

In tegenstelling tot veel andere hadrosauriërs, heeft de Rhinorex geen beenachtige kam op zijn kop, maar een enorme neus.

De resten van het dier werden al in de jaren '90 opgegraven in de Neslen-formatie in de staat Utah. In eerste instantie was de Rhinorex interessant studiemateriaal doordat de huidafdrukken goed bewaard waren gebleven. Daarna werden de resten weer opgeslagen in de opslag van het Brigham Young Museum of Paleontology.

Schedel

Toen twee onderzoekers de nog in zandsteen gevatte schedel in de archieven terugvonden, wisten ze nog niet dat ze met een nieuwe soort van doen hadden. Pas nadat ze de schedel met veel moeite uit het zandsteen hadden gehaald en reconstrueerden, kwamen ze erachter dat ze een nieuwe soort hadden ontdekt.

De dinosaurër was in totaal zo'n negen meter lang en woog rond de 3.800 kilo. Zijn leefomgeving bestond uit moerasland, ongeveer honderd kilometer van de kust.

Waarom de de Rhinorex een enorme neus had, is niet bekend, al is het niet waarschijnlijk dat hij een extreem goed ontwikkeld reukvermogen had. De onderzoekers vermoeden dat de neus aantrekkelijk was voor soortgenoten of handig was voor het kapot maken van planten door er tegenaan te slaan.