Voor de laatste keer heeft Europa het internationale ruimtestation ISS bevoorraad. Het onbemande vrachtschip Georges Lemaître kwam dinsdag aan bij het complex.

Aan boord van het Europese vrachtschip zit 6600 kilo aan spullen voor de zes bewoners van het ruimtestation, zoals brandstof en drinkwater.

Als de lading van boord is gehaald, wordt het vrachtschip gebruikt om het ISS omhoog te duwen. Rond de jaarwisseling wordt de module losgekoppeld om te verbranden in de dampkring.

Het ISS bevindt zicht 421 kilometer boven de aarde. De capsule was 2 weken geleden gelanceerd.

Oerknal

De man naar wie het ruimteschip is vernoemd, Georges Lemaître, was een Belgische priester en wetenschapper. Hij geldt als de bedenker van de oerknal.

Lemaître (1894-1966) schreef in de jaren twintig en dertig dat het heelal op één enkel punt moet zijn begonnen en tot op de dag van vandaag uitdijt. De theorieën van Lemaître zijn nu algemeen aanvaard, maar werden toen door iedereen afgewezen.

Albert Einstein noemde het werk van de Belg aanvankelijk ''abominabel’’, maar werd binnen een paar jaar een groot bewonderaar.

Kuipers

Ook de vier eerdere Europese vrachtschepen werden vernoemd naar grote Europese denkers: de Jules Verne (2008), de Johannes Kepler (2011), de Edoardo Amaldi (2012) en de Albert Einstein (2013). De Amaldi werd binnengeloodst door de Nederlandse astronaut André Kuipers.

Europa werkt samen met de Verenigde Staten aan een opvolger, de Orion. Die moet niet alleen vracht, maar op den duur ook mensen de ruimte in brengen. In december is de eerste grote test voor dat vaartuig. Op een echte missie moeten we waarschijnlijk nog jaren wachten.