Een groep Nederlandse wetenschappers en mariniers vertrekt woensdag naar het afgelegen vulkaaneiland Jan Mayen in de Noordelijke IJszee.

De wetenschappers gaan archeologisch en biologisch onderzoek doen.

De groep wetenschappers bestaat uit mensen van TNO, de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap (KNAG).

Zij gebruiken de expeditie, die tot 26 augustus duurt, om onder meer onderzoek te doen naar veenresten, vulkanische aslagen en gesteenten op het eiland om zo meer te weten te komen over klimaatveranderingen.

De mariniers gebruiken de bijna drieduizend meter hoge vulkaan om te trainen hoe het is om te opereren onder extreem zware omstandigheden.

In 1983 was er ook een expeditie naar het eiland. De onderzoekers willen de data van destijds gaan vergelijken met nu. Louwrens Hacquebord, hoogleraar Arctische en Antarctische wetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen, was dertig jaar geleden ook al op Jan Mayen en gaat nu voor de vijfde keer naar dit volgens hem "bijzondere, mysterieuze eiland".

Ligging

Het eiland is door de ligging zo interessant, zei Hacquebord in een recent interview met het radioprogramma Vroege Vogels. ''Het ligt in de buurt van de rand van het pakijs. Zeevogels broeden op Jan Mayen en halen hun voedsel bij dat pakijs. Maar door de klimaatveranderingen is de rand van het ijs verder weg komen te liggen van het eiland.’’

In 1983 is er een vogeltelling gedaan op het eiland, en de wetenschappers willen dat nu weer doen om erachter te komen of er een effect is van die grotere afstand tussen broedplaats en voedselgebied.

Het is dit jaar vierhonderd jaar geleden dat de Amsterdamse walvisvaarder Jan Jacobsz May van Schellinkhout het eiland ontdekte in de Noordelijke IJszee. Walvissen komen nu overigens nauwelijks meer voor. "We hebben berekend dat alle 46.000 walvissen die er eens zwommen, nu allemaal zijn weggevangen", aldus Hacquebord.

Het eiland hoort tegenwoordig bij Noorwegen en ligt aan de koude, onbewoonde kant van Groenland. Er is een wetenschappelijk station, maar verder woont er niemand op het 54 kilometer lange en 2,5 tot 15 kilometer brede eiland.