Eén van de oudste diersoorten ter wereld voedde zich met lange vertakte armen, zo blijkt uit nieuw onderzoek. 

Het gaat om zogenoemde rangeomorfen, meercellige diersoorten die tussen 635 en 541 miljoen jaar geleden in zee leefden.

De dieren hadden geen mond, en konden zich niet bewegen, maar beschikten over lange vertakte armen waarmee ze passief voedsel uit het zeewater opnamen.   

Dat melden onderzoekers van de Universiteit van Cambridge in het wetenschappelijk tijdschrift PNAS.

Filteren

Het bestaan van rangeomorfen was al langer bekend. De wetenschappers analyseerden een groot aantal fossielen en bepaalden aan de hand van een computermodel de meest waarschijnlijke eigenschappen van de primitieve dieren. De meercelligen hadden waarschijnlijk qua vorm iets weg van bomen (zie foto). 

Rangoemorfen leefden op de zeebodem en beschikten over lange armen met talloze vertakkingen, waardoor ze bijzonder veel voedsel uit het water konden filteren.

"Geometrisch waren ze perfect gebouwd om dat te doen", verklaart hoofdonderzoekster Jennifer Hoyal Cuthill op nieuwssite New Scientist. "Met hun armen creërden ze het grootst mogelijke oppervlak voor absorbtie in elke omgeving."

Prooi

De dieren verschilden sterk qua formaat. De meeste rangeomorfen waren slechts 10 centimeter lang, andere bereikten een lichaamslengte van ruim twee meter.

De meerarmige zeedieren stierven uit in de Cambrische explosie, een periode waarin er veel nieuwe diersoorten ontstonden. Aangezien rangeomorfen niet konden bewegen, waren ze een gemakkelijke prooi voor organismen die zich wel konden verplaatsen.