Dinosauriërs evolueerden tot vogels door lange tijd te 'krimpen', zo blijkt uit nieuw wetenschappelijk onderzoek. 

In 50 miljoen jaar werden grote vleesetende dinosaurussen die tot de groep theropoda behoorden, maar liefst 12 keer kleiner. 

Het lichaamsgewicht van de dieren nam af van gemiddeld 163 kilo naar 0,8 kilo voordat ze uitgroeiden tot vogels. 

Dat melden Britse onderzoekers van de Universiteit van Southampton in het wetenschappelijk tijdschrift Science.

Skeletten

De wetenschappers analyseerden de gefossiliseerde skeletten van 1.549 dinosauriërs. Met een statistisch model berekenden ze op welke manier de lichamen van de dieren veranderden in de loop van de evolutie en stelden ze een soort stamboom op. 

Uit het onderzoek blijkt dat de theropoda, een groep dinosauriërs die worden beschouwd als de voorouders van vogels, bijna voortdurend bleven krimpen.   

"Ze werden steeds kleiner en lichter in een omgeving waar vooral reuzen leefden", verklaart hoofdonderzoeker Darren Naish op nieuwssite ScienceDaily. "Ook hun anatomie veranderde snel."

Vliegen

Dat bood de voorouders van vogels veel nieuwe mogelijkheden. "Ze konden in bomen klimmen, stukjes zweven en vliegen", aldus Naish. "Uiteindelijk zorgde deze evolutionaire flexibiliteit ervoor dat de dieren de dodelijke meteorietinslag overleefden, terwijl alle andere dinosauriërs uitstierven."