Belgische wetenschappers hebben in Siberië voor het eerst een fossiel ontdekt van een plantenetende dinosaurus die veren had. 

Het gaat om een 150 miljoen jaar oud fossiel met botten waar de resten van drie soorten veren aan vastzitten.

Het dier had twee poten, was ongeveer 1,5 meter lang en voedde zich waarschijnlijk met planten uit moerassen.

Dat melden de onderzoekers van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen in het wetenschappelijk tijdschrift Science.

Dons

De gevederde planteneter heeft de naam Kulindadromeus zabaikalcius gekregen. De overblijfselen van het dier werden aangetroffen in het zuidoosten van Siberië. Typische donkere vlekken op de botten suggereren dat de dinosaurus drie soorten veren had.

Het grootste deel van het lichaam van de dinosaurus was waarschijnlijk bedekt met donsachtige veertjes die ter isolatie dienden. Daarnaast had het dier veren die vergelijkbaar zijn met die van moderne vogels.

Op de poten van de dinosaurus zat nog een ander type veren. "Deze leken totaal niet op moderne veren", verklaart hoofdonderzoeker Pascal Godefroit op New Scientist. "Ze bestonden uit zes of zeven strengen die waren gebundeld."

Vermoedelijk gebruikte het dier zijn langere veren om een partner aan te trekken. 

Voorouder

Tot nu toe waren veren alleen aangetroffen bij dinosauriërs die behoorden tot de Theropoda, een groep van tweepotige vleeseters. Deze dieren worden beschouwd als de verre voorouders van moderne vogels.

"Het feit dat er nu veren zijn ontdekt bij twee verschillende groepen, suggereert dat deze dinosaurussen een gemeenschappelijke voorouder hadden die ongeveer 220 miljoen jaar geleden leefde en ook veren had", aldus Godefroit op BBC News.