Amerikaanse wetenschappers hebben de meest verafgelegen sterren van de Melkweg ontdekt. 

Het gaat om twee rode reuzensterren die op een afstand van respectievelijk 775.000 en 900.00 lichtjaar van de aarde staan.

Dat melden onderzoekers van het Harverford College in het wetenschappelijk tijdschrift Astrophysical Journal Letters.

De sterren hebben de namen ULAS J0744+25 en ULAS J0015+01 gekregen.

Telescopen

De twee objecten zijn waargenomen op beelden van infraroodtelescopen in de Amerikaanse staat New Mexico en op Hawaï.

De rode reuzen bevinden zich in het verre buitengebied van de Melkweg, de zogenoemde halo. Beide sterren zijn vele malen groter dan de zon en zijn aan het einde van hun levensfase gekomen.

Volgens hoofdonderzoeker John Bochanski van Haverford College dateren de twee sterren waarschijnlijk uit de tijd dat de Melkweg werd gevormd.

Vuur

"Deze sterren zijn mogelijk de felst schijnende overblijfselen van de formatie van de Melkweg", verklaart Bochanski op Discovery News. "We moeten echter nog meer observaties doen om daar zeker van te zijn."

Het waarneembare licht van de meest verafgelegen ster vertrok vermoedelijk in de tijd dat de vroege voorouders van de mens voor het eerst vuur maakten.