Keizerspinguïns keren niet altijd terug naar dezelfde broedplaats, zo blijkt uit nieuw onderzoek.

De pinguïns verhuizen regelmatig van de ene naar de andere kolonie. Ook stichten de vogels soms nieuwe broedplaatsen op Antarctica.

Dat melden onderzoekers van de Universiteit van Minnesota in het wetenschappelijk tijdschrift Ecography.

Tot nu toe werd aangenomen dat keizerspinguïns filopatrisch waren, oftewel elk jaar naar hetzelfde gebied terugkeerden om te broeden.

Satellietbeelden

De wetenschappers kwamen tot hun bevindingen door op satellietbeelden van het Antarctisch schiereiland drie jaar lang de bewegingen van verschillende kolonies keizerspinguïns te volgen.

In zeker zes gevallen bleken de vogels niet terug te keren naar dezelfde plek om te broeden.

"Ons onderzoek laat zien dat kolonies op verschillende plekken verschijnen en weer verdwijnen door de jaren heen", verklaart onderzoekster Michelle LaRue op Nature World News.

IJs

"Als de vogels elk jaar zouden terugkeren op dezelfde plek om te broeden, zouden deze waarnemingen niet mogelijk zijn", aldus LaRue. "Deze bevindingen hebben gevolgen voor de manier waarop we veranderingen in populaties moeten interpreteren."

Door de mobiliteit van de pinguïnkolonies kunnen keizerspinguïns waarschijnlijk beter omgaan met de veranderende klimatologische omstandigheden op Antarctica dan tot nu toe werd aangenomen.

De dieren zijn in theorie in staat om hun broedplaats te verhuizen naar gebieden waar het ijs nog niet is aangetast door klimaatverandering.