Meerval gebruikt zuursensoren bij jacht

Meervallen gebruiken sensoren op hun lijf om de zuurgraad van het water te meten. Zo kunnen ze in het donker bepalen waar hun prooi zit.

Dat schrijven Japanse en Amerikaanse onderzoekers in de nieuwste editie van Science.

Ze deden deze ontdekking bij toeval tijdens een studie naar het smaaksysteem van de vissen. Daarbij kwamen ze erachter dat de snorharen van de vissen opmerkelijk gevoelig zijn voor moleculen die de zuurgraad verhogen.

Ze plaatsten meervallen in pikdonkere aquaria waarin wormen verstopt waren die ze graag eten. Deze wormen scheiden koolzuur en waterstofatomen uit, die beide de zuurgraad verhogen.

De meervallen bleken veel tijd door te brengen bij de wormen en actief naar deze lekkere hapjes op zoek te zijn. Bij hogere zuurgraad waren de meervallen actiever en hadden zichtbaar zin in eten.

Door de zuurgraad te meten, kan de meerval zijn prooi 'voelen' ademen. Bij de ademhaling wordt zuurstof verbruikt en omgezet in koolstofdioxide, dat opgelost in water koolzuur vormt; net als in frisdrank.

Zuurgraad

De zuurgevoeligheid van de vissen was optimaal bij een zuurgraad van iets meer dan 8 (op een schaal van 0 tot 14, waarbij 0 het meest zuur is en 14 het meest basisch). De onderzoekers waarschuwen dat de vissen hun vermogen kunnen verliezen wanneer de oceaan verder verzuurd.

Deze verzuring wordt veroorzaakt door de toenemende concentratie van koolstofdioxide in de lucht. Deze koolstofdioxide lost op in de oceanen en vormt dan koolzuur. Op dit moment is de zuurgraad nog 8,1. Naar verwachting daalt deze de komende decennia waarschijnlijk tot onder de 8.

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 6.00 uur weten wat het nieuws wordt?
Tip de redactie