De groeiende kloof tussen arm en rijk in Nederland kan ertoe leiden dat mensen elkaar gaan wantrouwen. Ook kan het vertrouwen in de politiek en dan met name in de rechtsstaat en het parlement erdoor afnemen.

Dat constateert de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), een belangrijk adviesorgaan van de regering, in een woensdag gepubliceerd rapport.

Volgens de onderzoekers kan een toenemende inkomensongelijkheid de economische groei afremmen doordat de groepen met hogere inkomens een kleiner deel daarvan besteden aan consumptie.

Volgens de WRR is de inkomensongelijkheid in Nederland gemiddeld relatief laag vergeleken met andere landen. Maar het verschil tussen de onderste en bovenste 10 procent van de inkomensverdeling is de laatste decennia wel gegroeid. Zo zijn de laagstbetaalden er amper op vooruitgegaan, maar zijn directeuren meer gaan verdienen, aldus de raad.

Vermogens

De ongelijkheid tussen vermogens in Nederland is in vergelijking met andere landen wel aan de hoge kant, stelt de WRR. Volgens de raad bezit de rijkste 10 procent van de bevolking 61 procent van het totale vermogen, terwijl de onderste 60 procent 1 procent vermogen heeft opgebouwd.

Volgens ondernemersorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland klopt de analyse van de WRR niet. "Als de inkomensgroepen correct worden vergeleken, blijkt dat de 10 procent hoogste inkomens iets meer dan 30 procent van het netto vermogen bezit", stellen ze in een reactie.

Volgens de organisaties heeft Nederland geen ongelijkheidsprobleem, maar wel een "groeiprobleem. Dat komt door de hoge lastendruk. Die haalt de spirit uit de economie."