Het spreken van een tweede taal vertraagt het ouderdomsproces, zo blijkt uit nieuw wetenschappelijk onderzoek. 

Ouderen die een tweede taal hebben geleerd, scoren nog relatief goed bij intelligentietesten en metingen van hun leesvaardigheid.

Ook wanneer ze pas op latere leeftijd een tweede taal hebben geleerd, lijkt dat de achteruitgang van hun cognitieve vaardigheden te vertragen.

Dat melden onderzoekers van de Universiteit van Edinburgh in het wetenschappelijk tijdschrift Annals of Neurology.

Cognitie

De wetenschappers maakten bij hun onderzoek gebruik van een langdurige studie naar de cognitieve prestaties van Engelstalige inwoners van Edinburgh. De 835 deelnemers aan dit onderzoek werden in 1947, toen ze elf jaar oud waren, voor het eerst getest op intelligentie.

Op hun zeventigste levensjaar werden ze opnieuw getest om het verval van hun cognitie te meten. 

Ongeveer een derde van alle deelnemers had gedurende hun leven een tweede taal geleerd. Zij bleken op latere leeftijd beter dan gemiddeld te presteren bij verschillende vaardigheden die worden geassocieerd met intelligentie.

Jeugd

Volgens hoofdonderzoeker Thomas Bak is de studie uniek in zijn soort. "Bij onze studie hebben we niet alleen de invloed van tweetaligheid onderzocht op de cognitieve prestaties, maar ook rekening gehouden met de intelligentie van mensen in hun jeugd", verklaart hij op nieuwssite EurekAlert.

"Deze bevindingen hebben een grote praktische relevantie", aldus Bak. "Miljoenen mensen over de hele wereld verwerven al een tweede taal gedurende hun leven. Onze studie laat zien dat het ouderenbrein baat heeft bij tweetaligheid, ook als de tweede taal pas op latere leeftijd is verworven."