In het Nationaal Park de Biesbosch blijken meer dan vijftig wilgensoorten voor te komen en dat is meer dan boswachters hadden verwacht.

Het onderzoek wordt aankomende dinsdag door Staatsbosbeheer gepresenteerd in het Biesboschmuseum.

Het is de eerste keer dat het aantal verschillende wilgensoorten in kaart gebracht is.

De onderzoeksresultaten zijn van belang voor de keuzes die gemaakt moeten worden voor de natuurontwikkeling in het gebied.

Wilgen zijn de meest voorkomende boom- en struiksoorten in de Biesbosch en bepalend voor het landschap.

Om er achter te komen wat voor soorten er allemaal voorkomen, moesten de onderzoekers gebruik maken van oude bronnen. Wilgen werden vanaf de late Middeleeuwen aangeplant voor de productie van twijgen en hout voor manden, visfuiken, hoepels en klompen.

Griendcultuur

Deze zogenaamde 'griendcultuur' is sinds de jaren vijftig van de twintigste eeuw nagenoeg verdwenen. Oude griendwerkers hier nog vragen over stellen, kan helaas niet meer omdat zij niet meer leven.

Veel van de gevonden wilgensoorten werden in vroeger tijden aangeplant om economische redenen, maar zijn nu nakomelingen of kruisingen van gecultiveerde in- en uitheemse wilgensoorten.

Het Nationaal Park de Biesbosch is een belangrijk natuurgebied in Nederland waar zelfs zeearenden, visarenden, bevers en veel verschillende soorten water- en moerasvogels voorkomen.