Amerikaanse duikers claimen het vlaggenschip Santa Maria van Christoffel Columbus te hebben gevonden voor de kust van Haïti. 

Dat meldt CNN dinsdag. 

Volgens onderwaterarcheoloog en schatzoeker Barry Clifford komt de locatie van het scheepswrak overeen met hetgeen we weten over de Santa Maria. Als de claim van duiker Clifford wordt bevestigd gaat de ontdekking de boeken in als één van de belangrijkste archeologische ontdekkingen onderwater in de geschiedenis.

Het vlaggenschip van ontdekkingsreiziger Columbus verging in 1492. Columbus wist zijn bemanning destijds in veiligheid te brengen op een nabijgelegen eiland.

Overeenkomstig met het verhaal van Columbus ligt het wrak vast op een rif voor de noordkust van Haïti. In 2003 vonden archeologen de mogelijke locatie van het fort van Columbus, dat hij oprichtte na de scheepsramp op een eiland in de buurt. Columbus liet een deel van zijn bemanning achter en ging met twee andere schepen terug naar Spanje om verslag uit te brengen.

Kanon

Ook zou een kanon dat Clifford tijdens zijn duik vond, een kanon uit de 15e eeuw zijn. Hier heeft hij enkel foto's van. Het kanon zou door plunderaars zijn meegenomen, meldde Clifford na een tweede duik naar het schip.

Clifford en zijn team doken zo'n tien jaar geleden naar het wrak, maar realiseerden zich niet eerder dat het om de Santa Maria kan gaan. De duiker wil nu nog eens naar het schip duiken om meer bewijs boven water te halen.

Clifford heeft veel wrakken gevonden. Zo ontdekte hij begin jaren 80 een piratenschip bij de oostkust van de Verenigde Staten, begraven onder zes meter zand. Het ging om de Whydah, die in 1717 zonk met vier ton goud en zilver aan boord.

De schatzoeker haalde die naar boven, net als munten, juwelen en kanonnen. De totale waarde werd destijds geschat op 100 miljoen dollar. Clifford mocht die schat zelf houden.

1492

Columbus vertrok in augustus 1492 uit Spanje, op zoek naar een snelle westelijke route naar Azië. Na ongeveer een maand varen zag hij land. Later bleek dat het Amerikaanse continent te zijn. Hij voer achtereenvolgens langs de Bahama's, Cuba en Haïti.

Op kerstavond 1492 vierde de bemanning feest. Columbus schreef dat de mensen een voor een dronken in slaap vielen. Een onervaren scheepsjongen zou aan het roer hebben gestaan. Daardoor liep de Santa María aan de grond.

Het schip bleek niet meer te redden en werd voor een deel uit elkaar gehaald. Zo liet Columbus van scheepshout een fort op het land bouwen. Met zijn twee andere schepen, de Niña en de Pinta, voer Columbus begin 1493 terug naar Europa. Waar die twee schepen zijn gebleven, is niet bekend.