De pest, de ziekte die in de veertiende eeuw miljoenen Europeanen het leven kostte, verbeterde de gezondheid voor de mensen die de ziekte overleefden.

Dat blijkt uit een onderzoek dat woensdag is gepubliceerd in Plos One.

In de jaren ná de pest werden mensen ouder en leefden ze gezonder dan vóórdat de ziekte had huisgehouden in West-Europa. De reden hiervoor is volgens wetenschappers een combinatie van natuurlijke selectie en veranderde omstandigheden voor de overlevenden.

De Amerikaanse antropoloog Sharon DeWitte heeft skeletten onderzocht uit verschillende Londense begraafplaatsen van voor, tijdens en na de periode waarin de pest rondwaarde in Groot-Brittannië. Hieruit blijkt dat mensen in de jaren na de Zwarte Dood aanzienlijk ouder werden.

Onderscheid

Lang hebben wetenschappers gedacht dat de pest, anders dan veel andere ziektes, geen onderscheid maakte tussen wie de ziekte wel en niet doodde. Maar uit een eerder onderzoek van DeWitte blijkt dit niet het geval. Wie zich al in een slechtere gezondheidstoestand bevond, had meer kans om te sterven aan de pest, dan wie anderszins gezond was.

Mensen die de pandemie overleefden waren daardoor gemiddeld gezonder en gaven betere genen door aan hun kinderen. De generaties na de pest werden dan ouder.

Maar dit blijkt niet het complete verhaal. Tussen 1347 en 1351 stierf 30 tot 50 procent van de West-Europese bevolking. Dit had grote gevolgen voor de samenleving.

Arbeiders

Zo was er in Engeland na de pest een groot tekort aan arbeiders. Hierdoor stegen de lonen en konden arbeiders betere arbeidsomstandigheden eisen. Ook ging de prijs van graan omlaag.

Dit had tot gevolg dat er meer gelijkheid tussen sociale klassen ontstond, vooral op het gebied van dieet. Mensen van lage status aten beter en meer. Ze aten vaker vlees, vis en brood van goede kwaliteit.