Het voormalige Doggerland, gelegen tussen Groot-Brittannië, Denemarken en Nederland, werd mogelijk voorgoed door jagers en verzamelaars verlaten toen een tsunami het eiland overspoelde.

Tot die conclusie komen wetenschappers van het Imperial College London, die binnenkort hierover publiceren in het tijdschrift Ocean Modeling.

Een eerste presentatie van hun bevindingen vindt deze week plaats in Wenen bij de European Geosciences Union General Assembly.

De onderzoekers bepaalden met behulp van computermodellen de impact van een gigantische onderzeese landverschuiving bij Noorwegen, de zogenaamde Storegga-verschuiving, die 8.200 jaar geleden plaatsvond.

Hierbij werd drieduizend kubieke kilometer sediment verplaatst. 

Het is de eerste studie naar deze verschuiving waarbij rekening is gehouden met de topografie van het Noordzeegebied zoals die destijds moet zijn geweest: met het voormalige eiland Doggerland in het midden van de zuidelijke Noordzee.

Japan

De wetenschappers becijferden dat bij de landafschuiving een vloedgolf van vijf meter moet zijn ontstaan, die grote stukken land en zuidelijke Noordzeekust heeft overspoeld, waaronder ook Doggerland. "De impact moet enorm zijn geweest, vergelijkbaar met die van de tsunami van 2011 in Japan", aldus onderzoeker Jon Hill.

Grote delen van de Noorzeekust, tot in Schotland, werden door de vloedgolf overspoeld. Niet alleen Doggerland zou na de tsunami voorgoed zijn verzonken, ook een stuk van Engeland, ten noordoosten van Norfolk, verdween vervolgens in zee. 

Doggersbank

Tijdens de laatste ijstijd, toen de zeespiegel veel lager was, vormde Doggerland een brug tussen Groot-Brittannie en het vaste land van Europa. Nadat 20.000 jaar geleden de zeespiegel begon te stijgen liep het gebied langzaam onder water.

Het laatste droogliggende stuk Doggerland, ongeveer overeenkomstig met de huidige Doggersbank in de Noordzee, veranderde tussen tienduizend jaar geleden en achtduizend jaar geleden langzaam van een vruchtbaar jachtgebied in een drassig eiland.

De onderzoekers wijzen erop dat er bij de huidige Doggersbank nooit pijlpunten of menselijke overblijfselen zijn opgevist die jonger zijn dan achtduizend jaar. "Het gebied in die tijd door de laatste bewoners uit de Mesolithicum (middensteentijd) verlaten, dus precies toen de Storegga-landverschuiving plaatsvond", zegt Hill. Het is volgens hem daarom aannemelijk dat de grote golf de laatste bewoners uit de middensteentijd van het eiland heeft weggevaagd.

Twijfelen

Andere wetenschappers laten aan de BBC weten te betwijfelen of de vloedgolf daadwerkelijk een einde maakte aan de bewoning van Doggerland.

Volgens hen is het waarschijnlijker dat het gebied voor de tsunami al verlaten was, en er slecht sporadisch vissers langskwamen. Zij wijzen op aannames op grond van een beperkte hoeveelheid gevonden voorwerpen, die ook overboord kunnen zijn geslagen van langsvarende schepen.