Het eerste grote overzicht van de 22 miljoen jaar oude stamboom van kolibries laat zien dat de vogeltjes nog steeds snel veranderen, diversifiëren en specialiseren.

Dat schrijven Amerikaanse wetenschappers van de Univerity of California uit Berkeley vandaag in het tijdschrift Current biology.

De tien jaar durende studie toont aan dat een deel van het geheim van de kolibrie ligt in de vorming van negen hoofdgroepen of claden, hun unieke relatie met bloeiende planten en het constant verspreiden naar nieuwe gebieden.

Volgens de biologen hebben kolibries zich constant opnieuw uitgevonden in de afgelopen 22 miljoen jaar.

Alle kolibries zijn afhankelijk van nectar van bloemen om zich te voeden. Om hun voedsel te bereiken, hebben ze per plantensoort een andere snavelvorm nodig. Daardoor bestaan er plekken op aarde waar tot wel 25 soorten kolibries naast elkaar leven.

Gierzwaluw

De nieuwe evolutionaire stamboom van de kolibries laat zien dat de eerste kolibries in Eurazië afsplitsten van de gier- en de boomgierzwaluw, zo'n 42 miljoen jaar geleden.

Ongeveer 22 miljoen jaar geleden kwamen de voorouders van de moderne kolibries in Zuid-Amerika terecht en daar ging de splitsing extra snel.

Zo is het Andes-gebergte nu een echte hotspot van kolibrie-evolutie: er leven ongeveer 140 verschillende soorten. Ook de aanwezigheid van nieuwe gebieden in Noord-Amerika en het Caribisch gebied speelde een belangrijke rol in de kolibrie-evolutie.

Stap voorwaarts

Het nieuwe plaatje van het verleden van de vogels is een belangrijke stap voorwaarts om te begrijpen hoe ze zich zo snel kunnen aanpassen aan hun nieuwe leefgebieden, zoals hoge gebieden met weinig zuurstof.

De onderzoekers menen dat de kolibrie nog midden in een dynamisch diversificatieproces zit. Op die manier vullen ze nieuwe ecologische niches.