Wetenschappers hebben een fossiel ontdekt van een prehistorisch zeedier dat zijn voedsel uit het zeewater filterde, net als baleinwalvissen. 

Op de kop van het 70 centimeter lange garnaalachtige wezen zaten twee buigzame uitsteeksels waarin vermoedelijk stukjes plankton bleven hangen, die het dier opat. 

Daarmee was Tamisiocaris borealis waarschijnlijk het eerste dier dat zijn voedsel actief uit het zeewater zeefde, net als de moderne baleinwalvis.

Dat melden onderzoekers van de Universiteit van Bristol in het wetenschappelijk tijdschrift Nature.

Rots

De paleontologen ontdekten enkele fossielen van de bijzondere zeedieren in een 450 miljoen jaar oude rots, die afkomstig is uit Groenland. Na een uitgebreide analyse waren de wetenschappers in staat om de lichaamsvorm en voedingsmethode van de dieren te reconstrueren met een 3d-model.

De twee uitsteeksels op de kop van Tamisiocaris borealis hadden veel weg van kammen. Ze waren twaalf centimeter lang en bevatten een rij kleine 'tandjes' met een lengte van ongeveer drie centimeter.

Het prehistorische organisme gebruikte de kammen om maaltijden uit het water te filteren. "De dieren verzamelden kleine planktondeeltjes in het fijne maas dat werd gevormd als ze hun uitsteeksels rond hun bek krulden", verklaart onderzoeker Martin Stein op de nieuwssite van de Universiteit van Bristol.      

Balein

De paleontologen vermoeden dat de garnaalachtige wezens oorspronkelijk op grotere prooien jaagden. Door de grote concurrentie van andere zeedieren zouden ze in de loop van de evolutie zijn overgestapt op het filteren van kleiner voedsel.

Moderne baleinwalvissen eten op dezelfde manier, alleen filteren ze het zeewater met baleinplaten, grote borstelachtige structuren in hun bek.