'Pythons kunnen navigeren over grote afstanden'

Pythons zijn in staat om te navigeren over grote afstanden, zo blijkt uit een nieuw wetenschappelijk experiment. 

Als de slangen tientallen kilometers buiten hun oorspronkelijke leefomgeving worden losgelaten, zijn ze in staat om de weg terug te vinden naar de plek waar ze werden gevangen.

Hoe de dieren hun omgeving precies in kaart brengen is nog onduidelijk. 

Dat melden Amerikaanse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Biology Letters.

Everglades

Het experiment werd uitgevoerd met tijgerpythons in het Everglades National Park in Florida. De wetenschappers vingen twaalf pythons. Zes van de dieren werden vervolgens vervoerd naar andere locaties op 21 tot 30 kilometer afstand.

De andere slangen werden ter controle onmiddellijk weer losgelaten, zodat de wetenschappers het verschil in gedrag konden bepalen.

Uit het onderzoek bleek dat vijf van de zes 'ontvoerde' slangen weer terugkeerden naar de plek waar ze waren gevangen.  

Kompas

Dit kostte de dieren wel veel tijd: 94 tot 296 dagen. Gemiddeld reisden de verplaatste pythons ongeveer driehonderd meter per dag.

De slangen die niet waren ontvoerd uit hun vertrouwde leefgebied, verplaatsten zich over afstanden van slechts honderd meter per dag.

Volgens hoofdonderzoeker Shannon Pittmann bewijst het experiment dat de slangen beschikken over een soort biologisch kompas met een nog onduidelijke werking. 

"Deze kompasfunctie zou bijvoorbeeld kunnen werken op basis van magnetisme, geur, de stand van de hemellichamen of gepolariseerd licht", verklaart ze op nieuwssite New Scientist

Lees meer over:

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 6.00 uur weten wat het nieuws wordt?
Tip de redactie