Amerikaanse paleontologen hebben voor het eerst een fossiel van een tyrannosaurus aangetroffen in het Arctisch gebied.  

Het dier is opgegraven aan de oever van de Colville rivier in Alaska, boven de grens van de poolcirkel.   

De vondst is een primeur. Het was nog niet bekend dat tyrannosaurussoorten ook in poolgebieden konden overleven.

Dat melden de onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift PLOS One.

Donker

Uit het opgegraven fossiel blijkt dat de dinosaurus ongeveer zeven meter lang was. Voor een Tyrannosaurus was dat behoorlijk klein. Ter vergelijking: Tyrannosaurus rex had een lengte van ongeveer twaalf meter.

Mogelijk groeide de 'pooldino' minder hard, omdat het in zijn leefgebied zes maanden per jaar donker was, zo speculeren de wetenschappers. Jagen was in de winter waarschijnlijk bijna onmogelijk voor het reptiel.

"Maar we we moeten nog veel te weten komen over dit dier", verklaart onderzoeker Anthony Fiorillo in de Britse krant The Guardian. "En ook over mogelijke andere fossielen die hier nog te vinden zijn."    

IJsbeer 

De nieuw ontdekte tyrannosaurus heeft de naam Nanuqsaurus hoglundi gekregen. Die naam verwijst naar het woord nanuq, dat de Inuit gebruiken voor ijsbeer. 

Het dier leefde ongeveer zeventig miljoen jaar geleden in het noordelijke deel van het huidige Alaska. Destijds was het klimaat in dit gebied een stuk milder dan nu.

De tyrannosaurus jaagde waarschijnlijk op kleinere, plantetende dinosaurussen in de poolcirkel.