De eerste zeedieren hielpen mogelijk mee aan de stijging van het zuurstofgehalte in de oceanen.

Deense biologen concluderen dit zondag in het wetenschappelijk tijdschrift Nature GeoscienceDeze bevinding gaat in tegen de theorie dat de eerste zeebeesten slechts een gevolg van een toename aan zuurstof waren.

De Denen komen met deze licht controversiële conclusie na het bestuderen van sponzen. Deze primitieve dieren blijken bij heel lage zuurstofconcentraties in het water nog te kunnen leven.

Dat betekent dat ze wellicht al bestonden toen het zuurstofgehalte in de oceanen nog zeer gering was.

Algen

Het gevolg van de aanwezigheid van sponzen zou dan kunnen zijn dat ze veel plankton uit het water filterden. Plankton verbruikt veel zuurstof, dus een afname in plankton betekent een lager zuurstofverbruik. Sponzen zouden dan indirect verantwoordelijk kunnen zijn voor de stijging van het zuurstofgehalte in de zee.

De opkomst van dieren zou dan samen gegaan kunnen zijn met de stijging van het zuurstofniveau, in plaats van dat het puur een gevolg ervan was.

De werkelijke productie van het zuurstof in die tijd, ongeveer tussen één en een half miljard jaar geleden, komt op naam van primitieve algen. Zonder de toename van zuurstof was de ontwikkeling van complex leven niet mogelijk geweest.