Nederlandse universiteiten zijn zoekende naar de juiste bestrijding van wetenschapsfraude. Voor de behandeling van zelfplagiaat en anonieme klachten moet nog een eenduidige weg worden gekozen.
 

Dat stelt Hans Clevers, president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), in gesprek met NU.nl.

"Bij plagiaat is het duidelijk, dat is fout. Het is van alle vormen van fraude ook de domste: je hebt er niet zoveel aan en je komt er heel gemakkelijk achter." Als voorbeeld noemt Clevers de profielwerkstukken op de middelbare school. "Met één druk op de knop weet je waarvan het is gekopieerd."

Over autoplagiaat, ook wel zelfplagiaat, hebben wetenschappers volgens Clevers nog niet zo’n duidelijke mening. Je steelt niks, je gebruikt eigen gegevens uit het ene onderzoek ook in het andere. "Dat is dubbel publiceren en dat mag niet. Dan bedrieg je de buitenwereld. Het lijkt alsof je twee onderzoeken hebt gedaan, maar het is er eigenlijk maar een."

Minder overzichtelijk wordt het wanneer wetenschappers mooie zinnen hergebruiken. "Bijvoorbeeld als je tien jaar lang in een bepaald veld werkt en je gebruikt een mooie definitie opnieuw. We weten nog niet zo goed of dat erg is."

Internationaal zijn er volgens Clevers geen duidelijke richtlijnen voor zelfplagiaat. De Nederlandse wetenschap heeft nog geen ervaring met het vinden van oplossingen voor zo’n probleem. Als president van de KNAW is Clevers zodoende veel in overleg met verschillende wetenschappers om snel met een eenduidig en helder advies te kunnen komen.

Bekijk een deel van het interview:

Anoniem

Afgelopen week bleek dat een celbioloog van de Universiteit Utrecht zich schuldig had gemaakt aan wetenschapsfraude. In januari werd bekend dat topwetenschapper Peter Nijkamp van de Vrije Universiteit (VU) zich schuldig heeft gemaakt aan zelfplagiaat.

De VU zette een onderzoekscommissie aan het werk op basis van een anonieme klacht. De commissie concludeerde dat Nijkamp op sommige plekken in het proefschrift van zijn promovenda Karima Kourtit geen bronnen had vermeld waar het om eerder gepubliceerde citaten ging. "Het is een ingewikkelde affaire waar de VU mee worstelt", zegt Clevers. "Hoe moet je omgaan met een anonieme klacht? Daar zijn we nog niet goed uit."

Het gevaar van anoniem klagen is dat een onterechte klacht de carrière van een wetenschapper kan vernietigen. Tegelijk moet een kwetsbare onderzoeker ergens terechtkunnen als diegene iets ziet van een hoogleraar dat niet klopt, zoals in het geval van Diederik Stapel.

Clevers: "Universiteiten varen hierin nog niet helemaal dezelfde koers. We overleggen veel met elkaar en leren zodoende. We moeten per geval bekijken wat de juiste weg is om met anonieme klachten om te gaan."

Integriteit

Vergeleken met tien jaar geleden zijn universiteiten tegenwoordig veel bezig met het bewaken van de wetenschappelijke integriteit. "Ze zijn heel erg bang voor reputatieschade. Door de aandacht van de media zitten universiteiten er bovenop."

Meer regels zijn volgens Clevers echter niet de manier om wetenschapsfraude te voorkomen. Het zou beter werken als wetenschappers vanaf dag één van hun studie tot hun pensioen meer meekrijgen over "eerlijkheid, verantwoordelijkheid en transparantie" van hun vakgebied.

"Als we kijken naar de fraudegevallen die we nu kennen, was merendeel ook wel gebeurd als er strakke regels zouden zijn. Mensen zijn handig genoeg om er tussendoor te glippen als ze echt kwaad willen."

Aan het licht

Wetenschapsfraude zal volgens de KNAW-president uiteindelijk altijd aan het licht komen. "Wat je doet moet herhaalbaar zijn en als het een belangrijk ontdekking is, gaan andere mensen daarop door." Als die wetenschappers de ontdekking niet kunnen reproduceren, zal duidelijk worden dat er iets niet klopt.

Clevers: "Dat is hoe wetenschap werkt. Met opzettelijk fouten publiceren heb je misschien op korte duur succes, maar je loopt vroeg of laat tegen de lamp. De wetenschap corrigeert het, en uiteindelijk blijft alleen de waarheid over."

Het helemaal voorkomen van fraude zal lastig zijn. "Het zal zo blijven zoals we het nu zien, dat er elk jaar een paar forse gevallen naar boven komen. We praten over 25.000 wetenschappers en inmiddels over een tiental, twintigtal bekende fraudegevallen. Dat is relatief weinig. Maar is dit het topje van de ijsberg? Ik denk het niet."