Gedwongen monogamie maakt fruitvliegjes minder intelligent dan hun polygame soortgenoten, zo blijkt uit nieuw wetenschappelijk onderzoek.    

Als fruitvliegjes zich enkele generaties lang monogaam voortplanten, wordt het leervermogen van de diertjes al na enkele generaties aangetast.

De monogame insecten leggen minder snel een verband tussen bepaalde geuren en gevaren. Ook hebben mannetjes moeite om een vruchtbaar vrouwtje te kiezen waarmee ze zich kunnen voortplanten.

Dat melden Zwitserse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Proceedings of the Royal Society B.

Koppels

De wetenschappers dwongen een groep fruitvliegjes tot monogamie door koppeltjes af te zonderen en te laten paren. Vervolgens onderwierpen ze de insecten uit deze groep aan een aantal testjes waarbij een vorm van (sociale) intelligentie werd gemeten

De resultaten werden vergeleken met de prestaties van fruitvliegjes die in een natuurlijke, polygame omgeving waren verwekt.  

De vliegjes werden bij het experiment voorbeeld geconfronteerd met verschillende vrouwtjes, waarvan er slechts ééntje vruchtbaar was.

De mannetjes uit de monogame groep benaderden vaak eerst één van de onvruchtbare vrouwtjes, terwijl hun concurrenten uit de polygame groep meteen op het vruchtbare diertje afgingen.

Parafine

Verder probeerden de wetenschappers de fruitvliegjes te trainen om een specifieke geur te associëren met gevaar. Ze stopten de diertjes een aantal keren in een buis met parafine, die hard heen en weer werd geschud.

De polygame diertjes vertoonden al snel een angst voor de geur van parafine. De monogame fruitvliegjes ontwikkelden ook na hun ervaringen in de schuddende buis geen angst voor parafineluchtjes.   

Het is volgens de wetenschappers nog onduidelijk waarom polygame vliegjes een beter leervermogen ontwikkelen. Vervolgonderzoek is nodig om de bevindingen te verklaren.  

Mensen

Hoofdonderzoeker Brian Hollis van de Universiteit van Lausanne vermoedt dat er ook bij andere diersoorten een relatie bestaat tussen seksuele omgangsvormen en de evolutie van leergedrag, mogelijk zelfs bij mensen. 

"Deze bevindingen kunnen ons veel leren over hoe het er aan toegaat in de natuur en waarom wij de hersenen hebben die we hebben", verklaart hij in de New York Times.