Het gaat goed met de dassen in Nederland. De populatie vertoont een sterke groei, terwijl het aantal meldingen van schade door de grote roofdieren daarbij achterblijft. 

Om dat zo te houden moet de overheid zorgen voor een goede schaderegeling voor landbouwers.

Ook moet geregeld worden dat het beschermde dier mag worden verhuisd bij onacceptabele schade aan gewassen of veiligheidsrisico's.

Dat stelt vrijdag de Zoogdiervereniging, die in opdracht van het Faunafonds heeft onderzocht hoe de verwachte toename van dassen zich verhoudt met de schade die de dieren aanrichten.

In 1980 was er geen das meer over in Nederland, omdat er jarenlang intensief was gejaagd op de schadeveroorzaker.

Herintroductie

Vanaf 1992 is gestart met de herintroductie van het roofdier. Er kwamen dassentunnels en -rasters en dassenburchten kregen een beschermde status. In Zuid-Limburg en het Friese Gaasterland is de das volop terug.

De onderzoekers verwachten de komende tien jaar veel nieuwe dieren in Drenthe, langs de IJssel en Noord-Brabant. In de 10 jaar daarna zal de das weer volop voorkomen in Twente en Noord-Limburg. Op de Veluwe neemt de populatie af, omdat daar veel landbouwgrond wordt ingeruild voor bos.

Stijgen

Het Faunafonds krijgt nu zo'n 750 schademeldingen per jaar. Dat aantal zou de komende vijftien jaar kunnen stijgen tot circa 1850 meldingen, maar het aantal dassen neemt naar verwachting veel sneller toe.

''Om te zorgen dat de das zijn oorspronkelijke leefgebied weer kan innemen, is het belangrijk om het draagvlak onder de bevolking vast te houden'', zeggen de onderzoekers.