Wetenschappers vinden geen verschil in overlevingskansen tussen vrouwen die wel en geen borstkankerscreening ondergaan.

Canadese onderzoekers van de verschillende instellingen in Toronto publiceren deze bevindingen deze week in BMJ.

De studie is een van de grootste in zijn soort en omvatte  90.000 vrouwen die voor 25 jaar gevolgd werden. De vrouwen werden willekeurig verdeeld in groepen die respectievelijk wel en geen regelmatige borstkankerscreening ondergingen tussen hun 40ste en 59ste.

De onderzoekers vonden geen enkel verschil in de overlevingskansen tussen beide groepen. In de screeningsgroep kregen 3.250 vrouwen de diagnose borstkanker, waarvan er 500 overleden. In de controlegroep stierven 505 van de 3133 gediagnosticeerde vrouwen aan de ziekte.

Voordelen

Eerdere studies van meer dan een decennium geleden, lieten wel voordelen van de screening zien. Dat er nu geen significant verschil meer is tussen beide groepen, is onder andere te danken aan de steeds beter wordende medicijnen, waardoor het eerder ontdekken van de tumor minder belangrijk wordt, zo stellen Scandinavische wetenschappers in een begeleidend commentaar.

De Canadezen vonden bovendien dat de screening leidde tot veel overdiagnose. Lang niet alle tumoren zijn gevaarlijk, sommige groeien nauwelijks of verdwijnen zelfs vanzelf. Maar omdat artsen vooraf niet kunnen voorspellen of een tumor gevaarlijk is, worden ze allemaal behandeld. De onderzoekers ontdekten dat ongeveer een op elke vijf gevonden tumoren tijdens de screening,  eigenlijk  geen behandeling behoeft. De gediagnosticeerde vrouwen gaan door de screening onnodig het traject van bestraling en chemotherapie in.

Onder andere hierdoor overvleugelen de nadelen van screening langzaam de voordelen. Het wordt dus tijd om de screeningsprogramma’s te herevalueren, zo stellen de Scandinaviërs in hun commentaar.

In Nederland krijgen vrouwen vanaf hun vijftigste de mogelijkheid om zich om de twee jaar te laten screenen.