De seksuele geaardheid van de man wordt beïnvloed door verschillende genen. Dat concluderen Amerikaanse onderzoekers na bestudering van het DNA van vierhonderd homomannen.

Wetenschappers van Northwestern University in de Amerikaanse staat Illinois, presenteerden hun bevindingen donderdag bij de jaarvergadering van de American Association for the Advancement of Science in Chicago.

Dat meldt The Guardian.

De desbetreffende genen zouden op twee chromosomen liggen, het X-chromosoom en chromosoom 8.

Het lukte de onderzoekers niet om de exacte genen aan te wijzen. Ze wisten wel het deel van de chromosomen te lokaliseren waar het erfelijke materiaal zich zou bevinden.

Ook de manier waarom het erfelijke materiaal zijn uitwerking heeft is nog onduidelijk.

Ooms

De resultaten, die nog moeten worden gepubliceerd, zouden de uitkomsten van een omstreden studie in 1993 onderschijven. Daarin concludeerden wetenschappers dat homoseksualiteit de neiging had erfelijk te zijn. Volgens hen viel 10 procent van de broers van een homo zelf ook op mannen, terwijl homo's maar 3 procent van de gemiddelde mannenpopulatie zouden uitmaken.

Ook werd destijds gesteld dat ooms en neven van moederszijde een grotere kans zouden hebben om homo te zijn, iets wat wijst op een betrokkenheid van het X-chromosoom.

Variabel

De onderzoekers van Northwestern University benadrukken dat het met homoseksualiteit geassocieerde erfelijke materiaal van het X-chromosoom een beperkte en variabele invloed heeft.

Volgens hen is geen van de genen voldoende of noodzakelijk om ervoor te zorgen dat een man op een seksegenoot valt of niet.

Niet alle homomannen die meededen aan het onderzoek hadden dan ook hetzelfde genenpatroon in het deel van het chromosoom dat invloed zou hebben op de seksuele voorkeur. Ook komen verschillen in geaardheid voor bij identieke tweelingen, die dus hetzelfde genetische materiaal met zich meedragen.