Hommels kunnen in theorie naar de top van de Mount Everest vliegen, zo blijkt uit nieuw wetenschappelijk onderzoek. 

Sommige van de insecten kunnen hoogtes bereiken van meer dan 9.000 meter zonder dat hun vliegvermogen wordt aangetast.

Op grote hoogte bewegen de dieren hun vleugels in een scherpere hoek, zodat ze meer lucht verplaatsen.   

Dat melden Amerikaanse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Biology Letters.

Hogedrukkamer

De wetenschappers kwamen tot hun bevindingen door in China verschillende hommels van de soort Bombus alpinus te vangen. Deze dieren leven van nature op hoogte van ruim 4.000 meter.

De onderzoekers testten de maximale vlieghoogte van de insecten door ze in een klimaatkamer bloot te stellen aan de geringe luchtdruk die heerst op 9.000 meter hoogte.    

Enkele van de bijen bleken bij die omstandigheden nog altijd in staat om te vliegen, al pasten ze hun techniek iets aan. Hun vleugels maakten grotere cirkelbewegingen dan tijdens vluchten bij een normale luchtdruk.

Nectar

De wetenschappers geloven niet dat hommels vaak daadwerkelijk naar 9000 meter hoogte vliegen.

"Dit extreme vliegvermogen is waarschijnlijk biologisch relevant in een andere context", verklaart hoofdonderzoeker Michael Dillon in de Britse krant The Independent

Hij vermoedt dat hommels hun bijzondere krachten bijvoorbeeld inzetten als ze veel nectar moeten vervoeren. "Vliegen met een grote lading is behoorlijk uitdagend." Ook bij het omzeilen van roofdieren zou de speciale vliegtechniek van pas kunnen komen.

Raadsel

Hoe de hommels in de klimaatkamer genoeg zuurstof binnen kregen om hun vliegbewegingen uit te voeren, is nog een raadsel. Meer onderzoek moet uitwijzen hoe de stofwisseling van de dieren op grote hoogte verloopt. 

Hommels zijn overigens niet de enige vliegende dieren die de hoogte van de Mount Everest zouden kunnen halen. Eerder is aangetoond dat Aziatische ganzen soms over de hoogste berg ter wereld vliegen.