De bacteriesamenstelling van een kantoorruimte hangt sterk af van de inrichting en het gebruik ervan. Het grootste verschil maakt ventilatie via open ramen. Dat zorgt ervoor dat ‘gezondere’ bacteriën binnen kunnen komen.

Die conclusie trekken onderzoekers van de Universiteit van Oregon deze week in PloS ONE

Binnen het project ‘Microbioom van de bebouwde omgeving’ zogen de onderzoekers stof op in een kantoorgebouw aan hun universiteit, om de daarin aanwezige bacteriën te analyseren. Het gebouw is grotendeels voorzien van mechanische ventilatie, op één afdeling na, die is uitgerust met ramen die open kunnen.

Ze ontdekten dat de kantoorruimtes worden gedomineerd door drie groepen bacteriën: ProteobacteriënFirmicutenen Deinococcen. Vooral die laatste groep valt op, want Deinococcen staan bekend als extreme overlevers. Ze werden eerder aangetroffen op dumpplaatsen voor radioactief afval en bij heetwaterbronnen. Op sommige kantoorplekken blijken door de extreme droogte alleen dit soort bacteriën te overleven.

Toiletten

Op de toiletten was de bacterie-diversiteit het hoogst. Daar kwamen met name poepbacteriën voor. Plekken met veel bedrijvigheid verschilden duidelijk van minder gebruikte hokjes. Opvallend was het verschil tussen de mechanisch geventileerde ruimtes en de ruimtes met ramen. In de laatste kwamen meer ‘buitenbacteriën’ voor, afkomstig van planten en uit de bodem. Van die bacteriën wordt vermoed dat ze een gunstige invloed hebben op onze gezondheid.

De afgelopen jaren is er veel bekend geworden over de bacteriën die onder meer onze darmen en onze huid bevolken. Die hebben een grote, overwegend positieve invloed op ons immuunsysteem en onze stofwisseling. Grotendeels krijgen we die bacteriën mee van onze moeder tijdens de geboorte, maar later in het leven pikken we ook nieuwe soorten op.

Ziektes

Een verstoorde balans tussen bacteriesoorten en ons immuunsysteem kan leiden tot ziektes zoals darmontstekingen en astma. Die ziektes zijn de afgelopen decennia in ontwikkelde landen sterk toegenomen.

Dit zou kunnen komen door de toegenomen hygiëne en doordat we in stedelijke omgevingen met andere bacteriën in contact komen dan die waar ons lichaam aan gewend is. Om deze reden zouden de in deze studie aangetroffen ‘buitenbacteriën’ een positief effect kunnen hebben op onze gezondheid.