Karel de Grote was voor zijn tijd ook echt behoorlijk groot: 1,84 meter. 

Tot die conclusie is de Zwitserse professor Frank Rühli gekomen nadat hij resten van een scheenbeen van de koning der Franken en Keizer van het Heilige Roomse Rijk had onderzocht.

De wetenschapper van de Universiteit van Zürich, die eerder onder meer de ijsmummie Ötzi onderzocht, maakte zijn bevindingen woensdag bekend. Zijn presentatie was onderdeel van een breder programma ter ere van de 1200e sterfdag van Carolus Magnus, die op 28 januari 814 overleed in Aken. Zijn resten liggen in een sarcofaag in de Dom van de stad.

Gecorrigeerd naar de gemiddelde lengte van mensen vandaag de dag, zou Karel de Grote volgens onderzoeker Rühli 1,95 meter zijn geweest. Rühli constateert dat de keizer zo'n 78 kilo gewogen moet hebben. Hij was dus een slanke man.